Straatverkoper  2

Ik zag hem staan zodra ik de deur uitstapte van het hotel in Cassablanca, Marokko. Hij had een blauwe djellaba in zijn handen, zo’n lang, losvallend gewaad met lange mouwen dat veel gedragen wordt in Arabische landen. Zijn blik gericht op iedereen die de deur uit kwam lopen. Duidelijk op zoek naar potentiële klanten. En deze keer was het mijn beurt om als potentiële klant door hem te worden gemonsterd.

Naast hem stond een tas met daarin nog véél meer djellaba’s. Hij puilde er gewoon van uit, zoveel! We maakten even oogcontact, ik glimlachte naar hem en zachtjes schudde ik al ‘nee’. Nee vriend, aan mij ga je niks verkopen vandaag.

Om de afstand tussen hem en mij zo groot mogelijk te houden, nam ik een stoel aan een tafel onder het overdekte deel van het terras. Daar zou hij vast niet komen, want het terras werd van de straat afgescheiden door grote bloembakken, weliswaar met openingen ertussen. Hij keek me ondanks de afstand indringend aan, en we hielden even oogcontact.

Ik voelde de nood van deze man op mijn ziel, want ook hij heeft een ziel voor de eeuwigheid. Ik zou hem niks willen verkopen, maar wat zou ik hem graag een sleutelhanger geven met daarop de QR-code naar Gods Woord en veel goede lectuur! Maar op die manier het Evangelie verspreiden in Marokko is verboden, op straffe van maar liefst 3 jaar gevangenisstraf. En mijn vrouw, die dit risico goed kent inmiddels, had me net daarvoor nog geappt: wees je voorzichtig?! En ik had gereageerd met: ja, dat doe ik, want ik kom graag weer thuis.

De straatverkoper kwam even het terras op zodra de portier van het hotel zijn hielen lichtte, en sprak een andere man aan die dicht bij de uitgang zat. Probeerde hem te verleiden om iets van hem te kopen, maar helaas, ook aan hem verkocht hij niets. Toen de portier weer terugkwam, snelde hij zich terug naar z’n tas en nam de zichtbare reprimande met gebogen hoofd in ontvangst. Hij maakte aanstalten om weg te gaan, nam zijn tas op en liep enkele meters verder, om zijn tas vervolgens weer neer te zetten en om zich heen te kijken.

Ja, waar zou hij eigenlijk naartoe gaan?

Naar een plek met meer kans op betere klanten? En waar was die plek vandaag?

Hij kwam teruglopen toen hij het busje voor de deur zag stoppen dat mij naar de luchthaven zou brengen. Een busje: dat betekende voor hem waarschijnlijk dat er méér mensen naar buiten zouden komen, het hotel uit. En dus meer potentiële klanten.

Ik liep alvast richting het busje en vroeg aan de chauffeur of dit de transit naar de luchthaven betrof. Die bevestigde dit, en spoedde zich daarna naar binnen, het hotel in, richting de receptie. Ondertussen stond ik bij de deur van het busje te wachten tot hij terugkwam. En zo had de straatverkoper ineens alle kans om mij aan te spreken…

In het Arabisch, een paar woorden Frans erdoor. Mijn Frans is beperkt, dus we communiceerden met weinig woorden, wat gebaren maar vooral met veel vriendelijk en wederzijds glimlachen. Juist de dag ervoor had ik nog gelezen dat woorden slechts 7% van je communicatie zijn, dat je toon voor 38% bepaald hoe je boodschap overkomt, maar dat juist je non-verbale gedrag er voor maar liefst 55% verantwoordelijk voor is of de boodschap aankomt! Vanwege de beperkte mogelijkheid tot uitwisseling van woorden deed ik er alles aan om non-verbaal zo’n diep mogelijke connectie met hem te maken.

Omdat ik geen djellaba wilde, groef hij wat dieper in zijn tas. Hij toverde er een zonnebril uit en haalde hem uit de koker, vervolgens uit het plastic, en liet hem aan mij zien. Het leek wel een damesmodel, maar dat maakte hem niet uit. Daarom grapte ik dat de zon niet scheen, en dat in Ivoorkust, waar ik naartoe onderweg was, het regenseizoen bezig was, dus de zon zou ik waarschijnlijk nauwelijks zien. En ik kon hem niet uitleggen dat ik een zonnebril in mijn koffer had zitten, die woorden kende ik niet.

Toen toverde hij een horloge uit zijn zak, bijna identiek aan het mijne. Alleen het uurwerk was blauw en het mijne zwart. Ik wees hem op mijn horloge, en hij lachte nog harder: ja, maar die van jou is ‘noir’, maar de mijne ‘bleu’. Koop hem toch maar, dan kunnen we mooi omruilen. Zo leerde ik er weer een Frans woord bij: échange.

We lachten samen nog harder.

En ondertussen brandde mijn hart voor deze man en bad ik om een opening om een sleutelhanger in zijn tas te kunnen laten glijden. Hij kreeg wel door dat ik niets ging kopen en prevelde nog iets over Inshallah, salam, of iets in die richting. Hij wees daarbij omhoog, en ik begreep dat hij beleed dat we allemaal afhankelijk zijn van Allah. Ik knikte bevestigend en bemoedigend, want die afhankelijkheid leefde ik diep in op dat moment.

Hij liep even wat weg naar de voorkant van het busje, en daar ontstond de opening. Ik had de sleutelhanger al die tijd al in mijn hand, en snel liet ik hem in zijn tas glijden. Diep genoeg dat hij hem niet direct zou zien, maar hem later wel zou vinden.

Direct rees een nieuw gebed op uit mijn hart: O Heere, dank U voor deze opening, en ik bid U: zegen dit Woord aan deze man! Wil Zijn blinde ogen openen voor Uw Woord en laat het toch alstublieft zo zijn dat, als hij de sleutelhanger vindt, hij hem niet direct weg zal gooien.

Daar ben ik zo vaak bang voor als ik sleutelhangers of kaartjes met de QR-code achterlaat, dat de ‘iemand’ die het vindt, ze weggooit. Dus daar bid ik altijd intens voor, dat dat niet zal gebeuren.

De verkoper kwam ondertussen teruglopen. Hij deed het horloge weer terug in het zakje en liet het in zijn broekzak glijden. Ook de bril ging weer in de koker, de koker in een zakje, en het zakje terug in de tas.

En ik stond te beven, want ik wist het: als hij de bril zou terugstoppen in de tas, dan zou hij de sleutelhanger zien.

En precies zó ging het!

Hij zag de sleutelhanger in zijn tas zitten en nam hem eruit. Hij bekeek hem zorgvuldig, en toen keek hij naar mij. Maar ik deed of m’n neus bloedde, en bleef kijken naar de autowasser die iets verderop met plastic flessen een geparkeerde auto aan het afspoelen was. Alsof dat het grootste wereldwonder was van dat moment.

Vanuit m’n ooghoeken zag ik dat hij weer naar de sleutelhanger keek. Ik bad: Heere, alstublieft, gebruik dit, Uw Woord, voor deze man! Laat hij hem niet weggooien.

En toen, o wonder!! Alsof het een kostbaar geschenk was, poetste de verkoper de sleutelhanger op, en stopte hem terug in zijn tas. Niet op dezelfde plek als waar hij hem vond, maar hij deed hem in een klein vakje, wat ik niet eens had opgemerkt dat het er zat. Een soort verborgen vakje. Ik zag hem nog nét zitten, het stak er iets bovenuit.

Toen hij niet keek, kon ik nog snel een foto maken van de tas, met daarin de sleutelhanger. Mijn hart liep over van dankbaarheid en vreugde en ik bad opnieuw:

Heere, alstublieft, wilt U deze man aanraken door Uw Woord! En mag hij U vinden door het lezen ervan. Dit is toch Uw werk, Uw Woord en Uw Koninkrijk.

De chauffeur kwam terug, opende de deur en ik stapte het busje in. Vanuit de deuropening groette ik de verkoper en wenste hem Gods zegen. Salam, vrede.
Ik was ‘maar’ de enige die opgehaald werd, dus daarom nam de straatverkoper zijn tas op en vervolgde ook zijn weg. Geen andere klanten helaas voor hem deze keer.

Zo scheidden onze wegen en verdween hij uit mijn blikveld.

Maar hij reist met me mee in mijn hart en in mijn gebeden. In de bus verwonderde ik me over Gods leiding. Alles wat ik de dag ervoor nog als onwenselijk had ervaren werd ineens wenselijk. Zoals bijvoorbeeld waarom ik zo vér van de luchthaven moest slapen, in plaats van dichterbij. Ik moest dóór Cassablanca gaan, zoals de Heere Jezus dóór Samaria moest gaan. Om ook deze man een sleutelhanger achter te kunnen laten. Een sleutelhanger als sleutel waarmee de toegang wordt geopend tot Gods Woord en Zijn Koninkrijk.

Gods Woord moet worden verspreid. Dat is wat het deputaatschap zich diep realiseert en waar het zich elke dag voor inzet. Veel sleutelhangers mochten al op evenveel plaatsen worden achtergelaten. Vaak ook op plaatsen waar Gods Woord niet mag worden gedeeld of verkondigd, zoals ook in dit waargebeurd verhaal.

Bidt u mee of de Heere de verspreiding van Zijn Woord, ook door de sleutelhangers en de bijbehorende website, tot een eeuwige zegen wil stellen? Opdat Zijn Koninkrijk kome, en Zijn huis vol worde. “Ik heb nog andere schapen, die van deze stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen; en zij zullen Mijn stem horen; en het zal worden één kudde, en één Herder”. (Joh: 10:16)

Dit artikel delen:

Footer afbeelding CTA

Wilt u ons steunen in onze missie om Gods woord te verspreiden?